Prodigal Son by Rembrandt
Alverzoener

Volgens het "Woordenboek der Nederlandsche Taal" (gepubliceerd in 1884) is "alverzoener" een mannelijk zelfstandig naamwoord, dat geen meervoud kent. Het is een samengesteld begrip, bestaande uit het voornaamwoord "al" en het woord "verzoener". Als definitie geeft het boek "Dichterlijke benaming van Christus, die den kruisdood heeft ondergaan om alle menschen met God te verzoenen".

De definitie van het Woordenboek is correct, want in de Bijbel staat over Christus geschreven:

"... het heeft [de Vader] behaagd, dat in Hem heel de volheid wonen zou, en dat Hij door Hem alle dingen met Zichzelf verzoenen zou, door vrede te maken door het bloed van Zijn kruis" (Kolossenzen 1:19-20).

De Vader van onze Heer Jezus Christus zal elke vijandschap die schepselen tegenover Hem koesteren voorgoed uitbannen, zowel op aarde als in de hemelen. En enkel einddoel streeft Hij na: Zijn vijanden veranderen in vrienden. Het kwade overwinnen door het goede. Gelovigen mogen - op beperkte schaal - Zijn navolgers zijn (Matthes 5:38-48, Romeinen 12:17-21). Door in hun eigen "kleine hoekje" en tijdens hun korte bestaan vijandschap te beantwoorden met vriendschap. Z mogen ze kinderen zijn van hun Vader die in de hemelen is.

Op talloze websites en in christelijke bladen wordt het begrip "alverzoener" echter als een meervoud gebruikt. "Alverzoeners" is dan een denigrerende aanduiding van medechristenen die aan bovenstaand Bijbelwoord vasthouden. Wat elke gelovige behoort te doen! (Kolossenzen 1:23).

Een eretitel die God (of zijn Zoon, Jezus Christus) toekomt wordt als scheldwoord gebruikt om geloofsgenoten in de beklaagdenbank te zetten. Zoals het Woordenboek opmerkt, is er echter maar n Alverzoener (wiens naam met een hoofdletter moet worden geschreven). In onze taal bestaat er geen meervoud van dit begrip.

Volgens Romeinen 1:23 is de verblinding van de volken een gevolg van het feit dat men "de majesteit van de onvergankelijke God vervangt door hetgeen gelijkt op het beeld van een vergankelijk mens".

Wanneer christenen de meervoudsvorm van het woord "alverzoener" gebruiken, doen ze precies hetzelfde. Men tast de eer van God aan, en men verduistert de waarheid van het evangelie. Onder een "schijn van godsvrucht" (2 TImothes 3:5) bezigt men godslasterlijke taal. Wie zou daar nu achter zitten.... 


Terug naar de startpagina