Bible-reading woman (G.Dou)
Biblicist

Als "biblicisten" werden vroeger mensen aangeduid die vasthielden aan de betrouwbaarheid van de Bijbel.  Van Dale definieert biblicisme als: "Het zich in alles baseren op de Bijbel, het hechten aan de letter daarvan".
Volgens Merriam-Webster's Dictionary is een biblicist "Een expert op het gebied van de Bijbel", of  "Iemand die de Bijbeltekst letterlijk neemt".  De Christelijke Encyclopedie (editie 2005) definieert biblicisme als "een bepaalde omgang met de Bijbel, waarbij de Bijbel zeer direct toepasbaar is in de huidige situatie. Het gebruik van Bijbelverzen zou de dogmatiek volledig kunnen of zelfs moeten vervangen en een directe afleiding van Bijbelse normen mogelijk maken". De encyclopedie voegt daaraan toe: "De aanduiding ‘biblicisme’ wordt meestal in ongunstige zin gebruikt maar blijft als begrip onscherp".

De "ongunstige zin" waarvan de Encylopedie spreekt is tegenwoordig gemeengoed. Wanneer anderen op grond van Bijbelteksten ongewenste conclusies trekken, dan maakt men zulke opponenten monddood door hen te bestempelen als "biblicisten". Blijkbaar betekent dat: "achterlijke lieden, nauwelijks ernstig te nemen".  Het kwalijke van dit woordgebruik is dat geloofsgenoten met één pennestreek als gesprekspartners worden afgeschreven. Wat zij beweren, is niet ernstig te nemen, het zijn immers biblicisten! Blijkbaar hebben alleen (bepaalde) vaktheologen nog maar het recht om over geloofszaken te spreken. Daaruit blijkt hoever wij van Gods Woord zijn afgedwaald. Want in de Bijbel wordt er een "wee" uitgesproken over farizeeën en schriftgeleerden. Een wijze, oude man schreef eens:

"Tegenover de leer van de RK Kerk houd ik de algenoegzaamheid (unicitas) van de Schrift staande...  In de Bijbel vraagt God dat wij ons onvoorwaardelijk aan Hem toevertrouwen en ons blind overgeven aan alles wat Hij daarin zegt. Dat doe ik dan ook en dat is mij genoeg. Ben ik fout, omdat ik mij enkel wil houden aan wat de Schrift zegt? Volgens theologen wel. En ze hebben ook al een scheldwoord uitgevonden waarmee ze hen die het Sola Scriptura ("Alléén de Schrift", red.) onverbiddelijk en onvoorwaardelijk willen handhaven, menen te kunnen uitschakelen. Ze noemen hen die belijden dat ze echt aan de Schrift genoeg hebben,  biblicisten. Zij menen dat ze ons daarmee kunnen beschimpen als kinderlijke napraters van enkel wat de Bijbel leert. Wij beschouwen dat als een eretitel. Laat ze gerust op ons neerzien omdat wij helemaal genoeg hebben aan het Woord van God en omdat wij geen behoefte hebben aan geleerde theologische poespas. Tegenover de heerlijke en lieflijke Woorden van God vallen alle woorden van mensen in het niet".

En inderdaad: "Leringen van mensen" (Mattheüs 15:9, Markus 7:7, Kolossenzen 2:22) en menselijke denksystemen (Kolossenzen 2:8, 1 Korinthe 1:18 e.v.) zijn onbetrouwbaar, maar Gods onderwijzing is volmaakt (Psalm 18:31, 19:8). Wie niet klakkeloos instemt met gangbare denkbeelden, maar alles toetst aan de Schrift is volgens de Bijbel "voortreffelijker" of "edeler" dan de goedgelovige (Hand.17:11). 

Wie anderen beschimpen als "biblicisten" zijn blijkbaar niet in staat om hun conclusies met inhoudelijke argumenten te weerleggen. 

Terug naar de startpagina