Trifolium hybridum
Dwaalleraar

Volgens Wikipedia is een "dwaalleraar" een mens die een dwaalleer verkondigt, en een "dwaalleer" is een leer die afwijkt van het orthodoxe standpunt. In het "Kunstwoordenboek" van P.Weiland uit 1824 wordt een nog eenvoudiger definitie van "dwaalleer" gegeven. Volgens dat boek is dwaalleer "onregtzinnigheid, afwijking van de leer der kerk". Een dwaalleraar is een "onregtzinnig mensch" (pagina 197).

Op christelijke websites is de term "dwaalleraar" bijzonder populair, zodat de indruk wordt gewekt dat de Schrift dit woord dikwijls gebruikt. Niets is echter minder waar. De term "dwaalleraar" behoort niet tot het "voorbeeld der gezonde woorden" dat de apostelen ons hebben nagelaten. Het woord staat alleen in kopjes boven bepaalde Schriftgedeelten, zoals 2 Petrus 2 en Judas:3-16. Die kopjes behoren niet tot de  Bijbeltekst, maar zijn door de vertalers toegevoegd. In de betrokken gedeelten wordt gesproken over pseudodidaskaloi, d.w.z. "nep-leraars". Waarbij we onder "leraars" rabbijnen moeten verstaan want Petrus, Judas en Johannes richtten zich tot een Joods publiek.

Zulke nepleraars zouden veel aanhang verwerven. Vanwege hun optreden zou "de weg der waarheid worden gelasterd".  Maar ze zouden "een haastig verderf over zichzelf brengen" (2 Petrus 2:1-2). Dezelfde personen worden genoemd in de brief van Judas (de verzen 3-16), de eerste brief van Johannes (2:18-27, 4:1-6), en Johannes' tweede brief (vers 7-11). Ze zouden "de Heer die hen gekocht had verloochenen" (2 Petrus 2:1, Judas:4) door te ontkennen dat Jezus de Messias is (1 Johannes 2:22). Petrus, Judas en Johannes voorzegden de geestelijke en politieke ontwikkelingen in de eerste eeuw.  Steeds minder Joden zouden nog geloven dat Jezus de Messias is. Nepleraars zouden "de heerschappij verachten" (2 Petrus 2:10) en hun volksgenoten "vrijheid" voorspiegelen (2 Petrus 2:19). Ze zouden oproepen tot opstand tegen het wettig gezag. In het jaar 66 is die opstand in Judea uitgebroken. Het "haastig verderf" is over het Joodse volk gekomen toen hun land door Romeinse legioenen werd overspoeld en de stad Jeruzalem en de tempel werden verwoest.

Tot onze verbazing blijken er op websites namen te zijn geplaatst van bekende christenen  die "dwaalleraars" zouden zijn. De publikatie van zulke lijstjes is niet alleen in strijd met bescheidenheid en goed fatsoen, maar ook met gezond verstand. Alleen "katholieke" schrijvers kunnen een opvatting bestempelen als dwaalleer. De websites die "dwaalleer" aan de kaak stellen zijn afkomstig van personen die tot "vrije groepen", of tot geen enkele kerk behoren. Zulke webmasters kunnen het woord "dwaalleer" niet gebruiken, want ze zijn zelf  heterodox. Hun spreken over "dwaalleer" is een klassiek voorbeeld van "balk in eigen oog". De pot verwijt de ketel dat hij zwart ziet.

Het zou van inzicht getuigen indien protestanten de term dwaalleraar uit hun vocabulaire schrapten. Wie zo'n beladen begrip wil handhaven, behoort zich te houden aan het Schriftuurlijk patroon. Een dwaalleraar is een persoon die ontkent dat Jezus de Messias is. Ieder ander is een geloofsgenoot die er op bepaalde punten andere opvattingen op na houdt dan wij.     

Terug naar de startpagina