Heelblaadjes
Plaatsvervanging


Gelovigen beweren, dat Christus "plaatsvervangend" is gestorven. Dat Hij ten behoeve van anderen stierf, is juist (Romeinen 5:6,8; 1 Korinthe 8:11). Maar het woord kan misverstand wekken. De Winkler Prins encyclopedie (editie 1870) omschrijft plaatsvervanging als: "de bevoegdheid van een dienstplichtige om een ander, die zich hiertoe voor een zekere geldsom verbindt, in zijn plaats te stellen". Het woord "plaatsvervanging" wekt de indruk, dat Christus voor ons gestorven is, opdat wij niet zouden sterven. Volgens de Schrift stierf Christus echter, opdat wij (in of met Hem) zouden sterven:

"...de liefde van Christus dringt ons, daar wij tot dit oordeel zijn gekomen, dat En voor allen gestorven is; dus zijn zij allen gestorven" (2 Korinthe 5:14)
"... zij die van Christus <Jezus> zijn, hebben het vlees met de hartstochten en de begeerten gekruisigd" (Galaten 5:24)
"... u bent gestorven en uw leven is met Christus verborgen in God" (Kolosse 3:3)

De apostel Paulus schreef:

"Ik ben met Christus gekruisigd en ik leef niet meer, maar Christus leeft in mij; en wat ik nu leef in [het] vlees, leef ik door het geloof in (Gr. van) de Zoon van God..." (Galaten 2:20)
"...ik wil volstrekt niet roemen dan alleen in het kruis van onze Heer Jezus Christus, door Wie voor mij [de] wereld gekruisgd is, en ik voor [de] wereld" (Galaten 6:14)

De waarheid, dat wij met Christus gestorven zijn, is de grondslag voor vele apostolische bemoedigingen:

"... als wij geloven dat Jezus is gestorven en opgestaan, evenzeer (d.w.z. "precies zo") zal God ook de door Jezus ontslapenen met Hem brengen" (1 Thessalonicenzen 4:14)
"Want als wij met Hem n geworden zijn in de gelijkheid van Zijn dood, dan zullen wij het ook zijn  van Zijn opstanding, daar wij dit weten, dat onze oude mens met [Hem] gekruisigd is"  (Romeinen 6:5-6)
"Als (d.w.z. "aangezien") wij nu met Christus gestorven zijn, geloven wij dat wij ook met Hem zullen leven" (Romeinen 6:8)
"Als (d.w.z. "aangezien") u met Christus aan de elementen van de wereld bent afgestorven, waarom onderwerpt u zich, alsof u in de wereld leeft, aan inzettingen?" (Kolossenzen 2:20)

In verband met het kruis spreekt de Bijbel dus niet over plaatsvervanging maar over insluiting (inclusie).

Terug naar de startpagina