Akkerwinde
Redding

Volgens moderne evangeliepredikers is de Messias een Persoon die zondaren kan behoeden voor een eeuwig verblijf in de hel. Om aan dat akelig lot te ontkomen moet een mens in Hem gaan geloven. Maar dat is niet wat MattheŁs aan het begin van het Nieuwe Testament over de Messias schreef. In een droom heeft God tegen Jozef gezegd dat zijn toekomstige bruid een zoon zou baren, en dat hij die zoon de naam Jezus moest geven, aangezien Hij Zijn volk zou behouden van hun zonden.

“Zij nu zal een Zoon baren, en u zult Hem de naam Jezus geven, want Hij zal Zijn volk behouden van hun zonden” (Matth. 1:21)

Die boodschap hoort men vandaag nauwelijks. Toch is “behouden” (of: redden) van zonden iets heel anders dan behouden (of redden) van de hel. Een moderne evangelist roept mensen op om met het oog op de toekomst snel een beslissing te nemen. Wie niet “voor Jezus kiest” zal volgens hem in het helse vuur terecht komen. Wie aan de  oproep van zo’n evangelist gehoor geven, maken een keuze uit angst.

Wat de HERE tegen Jozef zei, had een heel andere strekking. Mensen behoren vooral bang te zijn voor hun eigen zonden! De enige Persoon die hen van die zonden kan redden en hen uit hun slavernij kan bevrijden, is Gods eniggeboren Zoon (Joh. 8:34-36). Als een moderne evangelist dŠt zou verkondigen is het de vraag of hij aanhang zou verwerven. Zondaars zijn nog wel bereid om zich van een goede toekomst te verzekeren door zich te onderwerpen aan bepaalde rituelen, maar hun lievelingszonden willen ze niet kwijt (in ieder geval niet snel).

De boodschap van de Bijbel is nog in een tweede opzicht opmerkelijk. De HERE zei niet dat de Messias Zijn volk “kan” behouden, mits en voor zover dat volk bereid is om in Hem te gaan geloven. Wat Hij zei is dat de Messias Zijn volk ZAL behouden van hun zonden. Het zal beslist gebeuren, daaraan hoeft niemand te twijfelen. Juist van de onwil om zich van de afgoden tot Hem te wenden zal de HERE Zijn volk eens redden. Over (en tegen) het volk IsraŽl heeft Hij immers gezegd:

“Ik zal hun afkerigheid genezen” (Hosea 14:9). “Ik zal hun een hart geven om Mij te kennen” (Jeremia 24:7). “Ik zal Mijn wet in hun binnenste leggen en die in hun hart schrijven” (Jeremia 31:33). “Ik zal het hart van steen uit hun lichaam verwijderen en hun een hart van vlees geven, opdat zij naar Mijn inzettingen zullen wandelen en naarstig Mijn verordeningen onderhouden” (EzechiŽl 11:19-20). “Mijn Geest zal Ik in uw binnenste geven en maken, dat gij naar Mijn inzettingen wandelt en naarstig Mijn verordeningen onderhoudt” (EzechiŽl 36:27). “Ik zal u van al uw onreinheden verlossen” (EzechiŽl 36:29).

Zodat dat volk mag zingen:

“Wie is een God als Gij, die de ongerechtigheid vergeeft en de overtreding van het overblijfsel van Zijn erfdeel voorbijgaat, die Zijn toorn niet voor eeuwig behoudt, maar een welbehagen heeft in goedertierenheid! Hij zal zich wederom over ons ontfermen, Hij zal onze ongerechtigheden vertreden. Ja, gij zult al onze zonden werpen in de diepten der zee ” (Micha 7:18-19)

Terug naar de startpagina