AltaarSlachtoffer

Onder "het offer van Christus" wordt meestal verstaan, dat de Messias aan het kruis is gestorven. Als dat waar was, zouden de slachting en het offer van het Lam van God samenvallen. De Bijbelse uitdrukking "slachtoffer" was dan een pleonasme. In de Bijbel is een offer echter niet hetzelfde als een slachting. In IsraŽl waren er offers die een slachting vereisten, maar ook offers die niet met slachting gepaard gingen, zoals drankoffers, reukoffers en spijsoffers. De algemene aanduiding voor een offer was het begrip "korban", dat "gave" betekent (Markus 7:11, MattheŁs 27:6). Een offer was alles wat aan God werd aangeboden. Wat voor de HERE was bestemd, werd op een altaar gebracht. In de tijd van de richters werd er in IsraŽl nog geofferd op "hoogten" (1 Koningen 3:2). Het woord "altaar" betekent ook: een verhoging. Vanaf zo'n verhoging steeg het offer als rook op. Dit opstijgen beeldde uit, dat het geofferde naar God ging.

Om een dier te kunnen offeren was er niet alleen een slachting, maar ook een altaar vereist. Het gedode dier moest als rook opstijgen. Pas dan was er sprake van een offer. Het sterven van de Messias aan het kruis kan gezien deze oudtestamentische achtergrond niet Zijn offer zijn geweest. Het kruis was de plaats waar het Lam van God werd geslacht. Na die slachting stond Hij op uit de doden en voer op naar Zijn Vader. Deze verhoging van de Gekruisigde was Zijn offer. Bij Zijn hemelvaart ging Hij met Zijn eigen bloed het hemels heiligdom in (HebreeŽn 6:20, 7:27, 9:11-12).

Het denkbeeld dat het kruis het offer van Christus was, geeft aanleiding tot allerlei misverstanden. Wie deze gedachte koesteren, beweren dat het kruis de zonden wegneemt. Maar de apostel Paulus schreef, dat "als Christus niet is opgewekt, dan is uw geloof inhoudsloos. dan bent u nog in uw zonden" (1 Korinthe 15:17). De gekruisigde Messias moest worden opgewekt om de zonden te kunnen wegnemen. Hij neemt de zonden weg door Zijn eigen leven - een leven dat de dood achter zich heeft - aan anderen mee te delen. In Romeinen 5:12 staat, dat "de dood tot alle mensen is doorgegaan, waarop (Grieks: eph hoo) allen gezondigd hebben". Om mensen van zonden te kunnen bevrijden moeten zij dus uit de heerschappij van de dood worden bevrijd.

Terug naar de startpagina