Darmera
Wetteloos

Wij verkeerden in zalige onwetendheid, maar een vaderlands dagblad schudde ons wakker (???).

"Vandaag duikt er onder orthodoxe christenen een regelrechte dwaling op. Plichten en geboden gelden daarin als oudtestamentisch en wettisch. [Men beweert] 'In het Nieuwe Verbond zijn wij vrij van de wet en leven we door de Geest'. Deze dwaling heet antinomianisme". Het blad vervolgt: "De allergie voor 'moeten' is het camouflagepak waarin de moderne autonomiegedachte zich mengt onder christenen". Om zijn waarschuwing te besluiten met het zinnetje: "Het wordt tijd dat christenen ophouden met hun religieuze gepuber. Wie geestelijk volwassen wordt, overgroeit de allergie voor 'moeten'. Moeten moet!" .

Toen we dit stukje lazen (twee jaar na dato, want wij zijn geabonneerd op een andere krant) konden we onze ogen niet geloven. Vrijheid van de wet en leven door de Geest een dwaling? Een streven naar autonomie, een afglijden richting wetteloosheid? Wat een gotspe! In onze Bijbel hebben we het volgende gelezen:

"Maar nu zijn wij ontslagen van de wet, gestorven aan dat waaraan wij vastgebonden zaten, zodat wij in nieuwheid van Geest dienen, en niet  in oudheid van letter" (Romeinen 7:6). "Maar toen de volheid van de tijd gekomen was, zond God zijn Zoon uit, geboren uit een vrouw, geboren onder de wet, om hen die onder de wet waren vrij te kopen, opdat wij de aanneming tot kinderen zouden ontvangen... Sta dan vast in de vrijheid waarmee Christus ons vrijgemaakt heeft, en laat u niet weer met een juk van slavernij belasten" (Galaten 4:4-5, 5:1).  "Als u echter door de Geest geleid wordt, bent u niet onder de wet" (Galaten 5:18). "U bent namelijk niet onder de wet, maar onder de genade" (Romeinen 6:14). "En nu u God kent, ja wat meer is, door God gekend bent, hoe kunt u weer terugkeren naar de zwakke en arme grondbeginselen, die u weer van voren af aan wilt dienen?  U houdt zich aan dagen, maanden, tijden en jaren. Ik vrees voor u dat ik mij misschien tevergeefs voor u heb ingespannen" (Galaten 4:9-11). "Laat dus niemand u veroordelen inzake eten of drinken, of op het punt van een feestdag, een nieuwe maan of de sabbatten. Deze zijn een schaduw van de toekomstige dingen, maar het lichaam is van Christus" (Kolossenzen 2:16-17). "Als u dan met Christus de grondbeginselen van de wereld bent afgestorven, waarom laat u zich dan, alsof u nog in de wereld leeft, bepalingen opleggen, als: Pak niet, proef niet en raak niet aan? Dit zijn allemaal dingen die door het gebruik vergaan; ze zijn ingevoerd volgens de geboden en leringen van de mensen.  Deze dingen hebben wel een schijnreden van wijsheid... maar ze zijn zonder enige waarde en dienen tot verzadiging van het vlees" (Kolossenzen 2:20-23)

"Regelrechte dwaling" is wat in de meeste kerken wordt gepredikt. Waar wordt geleerd dat gelovigen zich aan dagen, maanden, tijden en jaren moeten houden. Zodat "zondagsheiliging" verplicht wordt gesteld en de viering van "advent" en "lijdenstijd" een jaarlijkse routine wordt. Waar voorgangers "leraars der wet" willen zijn zonder te beseffen wat ze zeggen en zo sterk benadrukken (1 TimotheŁs 1:7). "Regelrechte dwaling" is ook wat er in vrije groepen wordt verkondigd. Waar bijvoorbeeld wordt gesteld dat elke gelovige zich in water moet laten dopen. De Schrift spreekt daar anders over (1 Korinthe 1:14-17). Handelingen 2:38 heeft betrekking op de Geestesdoop, niet op de waterdoop. Wat het dagblad bestempelt als "regelrechte dwaling", is de leer van de apostelen. Van Paulus, van Petrus (Handelingen 15:10-11) en van Johannes (1 Johannes 5:4). Volgens de Bijbel is wie in Christus gelooft "niet onder de wet" en toch geen "autonoom mens". Gelovigen hebben Gods Geest ontvangen, zijn daardoor "van boven" geboren, en kinderen van God geworden.  Al wat uit God geboren is overwint de wereld (1 Johannes 5:4). God heeft er leven in gelegd. Een appelboom hoeft niet wekelijks te horen dat hij faalt omdat er nog geen appels zijn.  Op Gods tijd zal hij vrucht voortbrengen, aangezien God hem als appel heeft geschapen. Volwassenheid ontstaat niet waar gelovigen zich onder de wet stellen.  De wet heeft een schaduw van de toekomstige goede dingen, niet het wezen van die dingen zelf. Zij kan niemand tot volwassenheid brengen (HebreeŽn 10:1, vgl. Galaten 3:1-3).  Volwassenheid ontstaat waar mensen weet hebben van Gods genade en op die genade vertrouwen.

"Want de zaligmakende genade van God is verschenen aan alle mensen en voedt ons op om de goddeloosheid en wereldse begeerten te verloochenen en in deze tegenwoordige wereld (Gr. eeuw) bezonnen, rechtvaardig en godvruchtig te leven" (Titus 2:11-12)   

Het is tekenend voor de verblinding in christelijk Nederland dat voorgangers zich zů openlijk tegen de Schrift kunnen keren en toch voor "orthodox" kunnen doorgaan.

Terug naar de startpagina